MookerheideTrail

Uncategorized

Het was al heel lang mijn bedoeling de MookerheideTrail van Mudsweattrails te lopen en schema-technisch was het afgelopen zondag prima in te passen. Ik loop meestal alleen, maar op vrijdagavond zei man opeens:”ik ga mee, in jouw tempo kan ik dat vast wel” En bedankt! Maar goed, in mijn tempo kan volgens mij iedereen lopen, dus daarin heeft hij wel gelijk. En zo kwam het dat wij zondagmorgen vroeg (ja, 9 uur is vroeg op zondag!) samen in de auto zaten onderweg naar station Nijmegen. De Mookerheidetrail is een parcours van station A (Cuijk) naar station B (Nijmegen). Grotendeels onverhard en behoorlijk wat klimmetjes. Dus met de trein eerst van Nijmegen naar Cuijk en dan hardlopende terug.

DSC_0956We parkeren de auto op de P&R en kopen een kaartje aan het loket. Ja ja, ze bestaat nog, mensen zonder ov-chipkaart. En omdat we die verrekte kaart niet bezitten mogen we een extra toeslag (boete) betalan van 1 euro per kaartje. De trein staat op het perron al op ons te wachten, dat dan weer wel, en een klein kwartier later arriveren we in Cuijk. Even de “verplichte” foto bij de stationsklok, de horloges aan en gaan. Dwars door een net wakker wordend Cuijk, waar de 1e carnavalsvierders alweer tevoorschijn komen.

DSC_0957Na 1 km hebben we de 1e stop. Het pontje dat aan onze kant van de kade ligt terwijl we aan komen lopen, vaart vlak voor onze neus weg. Wij nog roepen en zwaaien, maar dat had geen zin. En aangezien zwemmen niet in mijn trainingsschema staat, bleven we maar ongeduldig staan wachten tot de pont weer terug is (5 minuten later) en voor 20 cent ieder mogen we mee naar de overkant, waar het lopen pas echt gaat beginnen.

Het eerste deel is verhard. Lang en recht en verhard. Niet mijn cup-of-tea, maar je moet natuurlijk een aanloop route hebben houd ik mezelf voor. Een station ligt nu eenmaal middenin de bewoonde wereld en niet in het bos. Maar goed, op de verharde weg kun je om je heen kijken, zonder continu op je voeten te letten en dus deed ik dat. Beetje rondkijken en toen er een carnavalswagen uit een zijstraat kwam, keek ik daar natuurlijk ook naar. Maar niet lang, want BAM, ik zag opeens die verhipte stoeptegels van heel dichtbij. Languit op de ongelijke stoep. De broek nog heel (godzijdank, want het was mijn favoriete xbionic!), dus de rest zou ook nog wel heel zijn. Even 100 m wandelen, voelen of alles nog goed voelt en daarna gewoon verder, we moesten nog maar 27km. Hophop, eindelijk het onverharde op.

DSC_0960DSC_0961Wat volgt is een mooi parcours, genieten onderweg. Mooie paden, heuveltjes op en af en af en toe een stop voor een foto. Het is een mooie tocht. Tot in Groesbeek. Want daar moeten we het dorp in. En daar is het carnaval. De hele lange weg door het dorp is het carnaval.
“Onno wil je mijn toyboy zijn” klinkt het uit diverse ramen, kroegen en luidsprekers en zorgt ervoor dat wij ook heuvelopwaarts een tandje bijzetten. Mijn “ding” is het niet, maar hier is het hele dorp zich aan het klaarmaken voor de optocht. Mensen zitten langs de kant, de stoep is vol en dan lopen wij daar, over de weg, verkleed als hardlopers……  2 hardlopers die zo snel mogelijk het dorp achter zich wilden laten.

DSC_0963Gelukkig komt aan dit stuk asfalt ook een einde en we mogen weer de paden en paadjes op. Nog meer heuveltjes op en af.  Trappen hebben ze hier ook genoeg, zowel omhoog als omlaag, arbo-technisch onverantwoorde treden, maar dat maakt het nu juist leuk. Af en toe hebben we hele mooie weidse uitzichten. Het weer is perfect voor een lange duurloop, lekker fris, maar in de zon af en toe toch behoorlijk warm.

DSC_0967Maar helaas loopt het bos niet door tot station Nijmegen. Vanaf Berg en Dal lopen we over de verharde weg terug naar Nijmegen. En juist die laatste kilometers kosten ons het meeste tijd. DSC_0968Stoplichten hebben ze hier meer dan genoeg, wachten en nog eens wachten. En als we dan in een parkje aankomen, moeten we nog even een paar foto’s maken natuurlijk. Om daarna verkeerd te lopen, terug lopen, uitkomen op het parcours van de carnavals optocht, terug een weg eromheen zoeken en dan is daar dan toch het station van Nijmegen, waar we zo’n 4,5 uur geleden vertrokken.

DSC_0969Als eerste maken we de foto bij de stationsklok. Als je een Mudsweattrails-route loopt, dan hoort dat erbij. En daarna lopen we een friettentje in. Even wat zoutigs na al de zoete gelletjes onderweg. We hebben wel wat verdient vinden we.DSC_0970

Het was een prima uitgezette trail, de gps-route klopte perfect en we liepen dan ook weinig verkeerd. Het enige dat ik jammer vind, waren de vele lange rechte paden en de stukken asfalt tussendoor. Maar ik heb weer genoten van het onderweg zijn, lopen in onbekend gebied blijft het mooiste wat er is. Zeker als je een horloge hebt die je de weg wijst en de natuur om je heen zo mooi is!

 

Advertenties

HivernalTrail 2015

Hivernaltrail, Trailrunning

Afzien was het gisteren. AFZIEN met dikke vette hoofdletters. Na 2 trails in de afgelopen 3 weken, dacht ik het kunstje wel een beetje te kennen. Gooi wat hoogtemeters en wat modder door elkaar, voeg wat sneeuw toe en je hebt een mooi parcours. Uurtje of 4 lopen dacht ik van tevoren, maar jemig, wat heb ik me op deze trail verkeken!

(foto van Pascal)

(foto van Pascal)

Ik had het parcours-kaartje en het hoogteprofiel goed bekeken. De eerste paar km zouden pittig worden, met een trap van 508 treden, dan iets omlaag en opnieuw stevig omhoog. Maar daarna zou een afdaling van zo’n 5 km volgen. Eitje dacht ik nog. Flink afzien en verzuren, maar daarna lekker lang omlaag lopen en herstellen. Nou, een mens kan zich vergissen! Omlaag lopen was nergens een eitje! Door de regen en sneeuw van de afgelopen week lag er over het hele parcours een laag pratsj. Af en toe wist ik niet meer wat fijner was: omhoog afzien of omlaag afzien. Omlaag herstellen? Ammehoela!

Hivernal4

(foto van Pascal)

Onderaan die rottrap vonden Pascal en ik elkaar: 2 laaglanders die vol bewondering keken naar al die mensen die voor ons zo makkelijk omhoog liepen. Vol afschuw begonnen wij ook te klimmen. Ach wat is nou 508 treden? Ik durfde al snel niet meer omhoog te kijken hoe ver het nog was. Blik op de treden en trede voor trede omhoog. Niet nadenken, gewoon gaan. Daarna zou het beter worden. Eerlijk waar, dat dacht ik echt. En eindelijk boven gekomen mochten we dus een stuk omlaag. Om vrij snel een bochtje om te gaan en weer te mogen stijgen. Met de handen op de bovenbenen, niet omhoog kijken, maar gewoon stap voor stap omhoog. Dit was het, dacht ik nog een keer, als ik nu boven ben, is het ergste achter de rug. Vanaf nu wordt het makkelijker. My God, wat kan een mens zich vergissen!

(foto van Pascal)

(foto van Pascal)

Vanaf hier daalde het pad wel een stukje, maar nergens kon je in je ritme komen. Dalen in modder, scherp bochtje in de modder, klein heuveltje in de modder, van enige herstel was geen sprake. De löss die hier in Limburg ligt, laat zo goed als geen water door, dus alles blijft nat, modderig, glibberig, glad. En geen idee waarom, maar dit parcours was echt veel en veel erger dan de vorige 2 trails, ondanks dat die ook in Limburg waren.

Zonder woorden, onze aandacht vooral bij onze voeten en waar die neer te zetten, liepen Pascal en ik samen door. We hadden geen woorden nodig om een pact te sluiten dat samen lopen fijner was dan alleen. Zeker omdat niet alle pijlen altijd even goed geplaatst waren (weggehaald hier en daar??) en er af en toe toch wat gezocht moest worden naar de weg.

Hivernal7

(foto van Pascal)

(foto van Pascal)

(foto van Pascal)

Niet lang na de 1e drankpost had de organisatie een grapje bedacht. Een pijl omhoog bij een flinke heuvel en een touw om je aan omhoog te werken. Het leek opeens wel de Trail des Fantomes. Oke, even flink werken en omhoog met het lijf. Blij met het touw om me min of meer rechtop te houden. Om dan bovenaan een pijl te vinden die omlaag wijst. Om beneden weer omhoog te moeten. Om vervolgens weer omlaag te gaan. Ik stond waarschijnlijk nogal bedenkelijk te kijken, want een vrijwilliger die ons bovenaan opving, zei meteen: “of je laat die ene daling en beklimming zitten en gaat verderop gewoon omlaag en vervolgt het pad”. Ik hoefde niet lang na te denken: ik sloeg een ronde klimmen over en ging direct door naar de laatste afdaling. Bikkel Pascal klauterde en klom wel zoals het stond aangegeven en niet lang nadat ik mijn weg had vervolgd, had hij me weer bijgehaald en konden we opnieuw samen verder.

(foto van Maurice)

(foto van Maurice)

Maar deze keer niet alleen. Met nog 3 achterblijvers en een fietser liepen we nu samen. Een stukje dorp verhard, daarna een knollenveld in. Heerlijke modder om tot aan je enkels in weg te zakken, modder die aan je schoenen vast blijft zitten, zodat je totaal geen grip meer had. En als je dan denkt het einde van het knollenveld bereikt te hebben, zijn er opeens geen pijlen meer. En onze fietsende begeleider had ook geen idee…. Zoeken, kijken, wandelaars vragen of ze pijlen hadden gezien en dan uiteindelijk toch de juiste weg vinden, richting watertoren, waar weer een drankpost zou zijn.

Al heel snel had ik genoeg van de fietser. Telkens bij iedere oversteek het “dit zijn de laatsten” aan de verkeersregelaars. En dan ook nog eens niet de weg weten…. Ik had het gehad. Hup een stukje banaan naar binnen werken, een handvol spekjes pakken en door. Niet takkebossen, maar gaan. Pascal kwam me al snel achterna en samen kregen we een kleine voorsprong. Niet dat het erg is om achteraan te lopen, maar ik heb een hekel aan een fietser achter me. Ik snap de organisatie, het is een stuk veiligheid voor ons en overzicht voor hun, maar ik vind het helemaal niks. Laat mij maar lekker zelf mijn weg zoeken.

We gingen door. Heuveltje op klauteren, heuveltje af glibberen. Op en neer. Eén keer zelfs zittend op mijn kont omlaag. Geen moeite was de organisatie teveel om ons aan ons trailplezier te laten komen. Alle gevoel van tijd raakte ik kwijt. Voor mij had dit niks meer met hardlopen te maken. Dit was een duurtraining, door blijven lopen, niet opgeven, niet zeuren, zeiken en zaniken, maar door. Starten en finishen en niet opgeven!

Op zo’n 28 km gingen we een kleine beekje over en opeens stonden we voor een muur. Ik keek nog om me heen. Moeten we hier echt omhoog?? Echt geen andere weg er omheen? Maar nee, we moesten hier omhoog. We keken elkaar even aan, haalden onze schouders op en gingen: 2 stappen omhoog, 1  glibberend omlaag. Niet omhoog kijken, maar naar onze voeten. Af en toe konden we een boomtak vastpakken voor wat extra steun en hulp. En langzaam maar zeker lukte het ons. Ook wij kwamen boven. Luctor et emergo!

Eenmaal boven was het even op adem komen en weer doorgaan. Even een stukje redelijk verhard omlaag en dan weer ergens een pad op, om het pinkpop-terrein en terug richting het startterrein. En ja hoor, na een laatste bochtje zag ik de finishboog. Jihaaaa, gered, nog even en dan zijn we er. Maar wat een domper, een gele pijl gaf aan dat we rechtsaf moesten. Weg van de finishboog. Ach, dacht ik nog, kan nooit ver meer zijn, dan zal het wel een volgende links zijn. Maar nee, opnieuw bogen we af naar rechts. Ik wil naar links, ik wil finishen! Ik wist wel dat het parcours verder zou zijn dan die 30 km, maar dat het zo gemeen zou worden, wist ik niet. De finish zien, maar er vandaan moeten lopen…… Nog maar een paar bultjes op een af en dan eindelijk, eindelijk toch het finish terrein op, eindelijk eindelijk toch richting de boog en na een laatste sprintje – heuvelop natuurlijk – onder de boog door. Hoppa, gedaan, volbracht en mezelf overwonnen! Bijna 5!!! uur gedaan over deze 32 km. Niet normaal meer. Nee, met hardlopen had het weinig te maken, maar een flinke duurtraining was het wel!

Ha, en achteraf he, achteraf durf ik zelfs glashard te beweren dat ik toch wel genoten heb. Alles wat ik onderweg tegen Pascal gezegd heb over *piep*modder en *piep*heuvels ben ik allang vergeten! Dit was afzien, maar toch echt wel met een grote grijns 🙂

hivernal2