Eindelijk!

Persoonlijk, Trailrunning

Er was een tijd dat ik heel trots was dat ik 10 km kon hardlopen. Ik, de net wat te zware, chips-etende, bank zittende huisvrouw kon gewoon 10 km hardlopen. Wowwie, wie had dat ooit gedacht van mij?

Daarna volgde een periode van afstanden lopen, verder en verder. Een 10 km stelde niks meer voor, halve marathons, een paar hele en zelfs een aantal ultra’s. Met als hoogtepunt de 80 km bij de Ecotrail in Parijs, alweer 2 jaar geleden.

Maar na dat hoogtepunt liep niks meer. Mijn huwelijk niet, mijn leven niet en zeker mijn benen niet. Een heel zwart, donker en diep dieptepunt volgde. Zelfs een 5 km koste moeite en kon ik niet volbrengen zonder 2 of 3 keer een stukje te wandelen. Teveel gedonder tussen de oren. Ik moest van mezelf lopen, naar buiten, het bos in. Niet omdat ik daar gelukkiger werd, maar van op de bank blijven zitten, wist ik dat ik nog ongelukkiger zou worden. Dus bleef ik lopen, sjokken, wandelen, kruipen. Kilometers werden wel afgelegd, maar totaal niet zoals ik het wilde. Plezier was heel ver te zoeken, onvindbaar. Het hardlopen, wat mij zoveel geluk en plezier, zoveel mooie momenten bracht in de afgelopen jaren, was een moeten geworden. Moeten en mezelf dwingen om naar buiten te gaan. Dwingen om het bos in te gaan. Dwingen om te bewegen.

Ik probeerde korte stukjes en langere stukken, op vff’s of op schoenen, in bos en op asfalt, intervallen en lange duurlopen. Ik probeerde het met trainer en schema en ik probeerde het zonder. Maar het hielp niks. En uiteindelijk leidde het zelfs naar het stoppen met lopen. Dan maar bankzitten en chipsvreten, dat kon ik in ieder geval wel goed, zonder mezelf teleur te stellen.

Maar hoewel ik graag op de bank zit, in mijn hoekje, onder een dekentje, met netflix of met een boek, met chips en thee, er begon ergens vaag toch iets te kriebelen. Al mijn vriendjes en vriendinnetjes lopen wel. Lang en/of ver en/of snel. En ik zat daar maar. En langzaam wilde ik ook weer. En zo gebeurde het dat ik op een druilerige zondagmiddag toch weer mijn vffjes onderbond en naar buiten ging. Ik hoefde van mezelf maar tot de hoek, maar bij de hoek ging ik door naar de volgende hoek. En ook daar voorbij. Het werden nog wat hoeken meer en eigenlijk voelde het best prettig. Met een paar kilometer was ik weer terug. Thuis op de bank. Bij de thee en chips. Niet ver, maar wel lekker gelopen.

Na die tijd ging ik toch weer vaker de deur uit. Eerst een paar keer een erg kort stukje. En toen werden die korte stukjes ietsie langere stukjes. En eigenlijk ging het best lekker. Langzaam, zeer sloom zelfs, maar wel lekker. Ik betrapte mezelf erop dat ik zelfs weer om me heen keek, de bomen zag die weer groen werden, de vogels hoorde die weer floten. Er bleek zelfs een heus bos vlakbij mijn voordeur te liggen. De afstandjes werden stiekum steeds iets verder, de onbekende paden steeds bekender.

En om weer te proeven aan het “echte” trailrunnen, schreef ik me in voor een heuse wedstrijd. Een wedstrijd van wel 10 hele kilometers! Afgelopen zaterdag liep ik de Sint Anthonis Trail. Het regende en waaide, maar diep van binnen voelde ik weer dat trailrun-gevoel, blijkbaar is dat toch niet helemaal dood. Ik heb genoten van begin tot eind. Niet omdat het altijd even makkelijk liep, maar wel omdat ik er plezier in had. Pijltjes volgen, mul zand, bospaden, single tracks, wat brede bospaden. Blijven opletten om geen pijltje te missen en pavlov-reacties als ik fotograaf Chris ergens zag. Mooie trail, mooie omgeving en hopelijk de start van veel meer trails de komende maanden en jaren!

’s Avonds ging ik uiteraard op zoek naar een volgende leuke wedstrijd. Meteen maar iets met een ultra afstand? Of loop ik nou iets te snel te ver op de zaken vooruit?